Cursusje X-Men voor beginners

1 jun

Alweer de vijfde X-Men-film. Vanaf morgen draait hij in de bioscoop, X-Men: First Class. De enige superheld die meer bioscoopfilms op zijn naam heeft, is Batman. Het reservoir aan interessante X-Men-personages waaruit filmmakers kunnen putten, is dan ook gigantisch. Honderden superhelden en -schurken passeerden de afgelopen bijna vijftig jaar de revue in tientallen verschillende stripseries.

In de film die morgen verschijnt, zien we de eerste vorming van het superheldenteam en de ingewikkelde relatie tussen leider Professor X en de latere schurk Magneto. Naast deze twee figureren zijn er talloze X-mannen en X-vrouwen in de strip die elk weer een andere doelgroep aanspreken. Dat maakt X-Men zo aantrekkelijk: er is voor elke nationaliteit, religie, leeftijd wel een stripheld waarmee de lezer zich kan identificeren.

Maar waar te beginnen bij een strip die al sinds 1963 bestaat en waarvan ook nog eens meerdere zogeheten X-titels per maand verschijnen?

LES 1: KORTE GESCHIEDENIS VAN DE X-MEN

X-Men 1 (1963)

Begin jaren zestig verzonnen stripschrijver Stan Lee en tekenaar Jack Kirby voor uitgeverij Marvel Comics een vijftal superhelden die ze de X-Men noemden. De leden van het superheldenteam hadden hun krachten niet gekregen door een beet van een radioactieve spin of een ongeluk met gammastraling, maar waren ermee geboren. Het waren mutanten wier krachten zich in de puberteit manifesteerden. De vijf mutanten zaten op de school van professor Charles Xavier om te leren met hun superkrachten om te gaan.

Giant Size X-Men 1 (1975)

Het eerste nummer verscheen in de tijd waarin de meeste van Marvels populairste helden zijn bedacht: Spider-Man, de Hulk, de Fantastic Four. Na een onderbreking tussen 1970 en 1975, toen alleen oude verhalen werden herdrukt, begon de serie opnieuw met een nieuwe cast, waaronder de met klauwen uitgeruste rauwdouwer Wolverine, die de comic pas echt populair maakte. Het team heeft in de jaren vele gedaanteveranderingen ondergaan en ook zijn er talloze verwante series verschenen met (voormalige) leden van het superheldenteam, met titels als X-Force, X-Factor en Generation X. Op de website van Marvel staan voor komende maand alleen al twintig comics aangekondigd met daarin hoofdrollen voor X-Men.

LES 2: WAT MAAKT DE SERIE ZO GOED?

De oorspronkelijke strips die Stan Lee schreef waren soms nogal kitsch, maar hadden al wel het potentieel in zich voor bijzondere verhaallijnen. Het is de van oorsprong Britse schrijver Chris Claremont geweest die de X-Men echt heeft gevormd. Hij was dan ook zestien jaar de schrijver van de maandelijkse serie Uncanny X-Men, van nummer 94 (1975) tot en met 279 (1991). Claremont veranderde de samenstelling van de groep en maakte deze multicultureler: Wolverine was een Canadees, Storm (een vrouw die het weer beheerst) kwam uit Kenia en uit de Sovjet-Unie kwam Colossus, die zijn lichaam in staal kon veranderen.

X-Tinction Agenda

Claremont werkte bovendien het thema racisme en vooroordelen uit. Er waren zowel goede als kwaadaardige mutanten, waardoor de X-Men vooral werden gehaat door de mensen die ze juist probeerden te beschermen. Claremont zelf zei in een interview dat hij denkt dat de serie zo populair was omdat de hoofdrolspelers verschoppelingen waren. „De beste X-Menverhalen zeggen tegen de lezer: ‘jij bent een outcast, wij zijn outcasts, je bent welkom hier’.” Dat maakte de strips vooral voor tieners aantrekkelijk. Volwassenen zullen juist veel verwijzingen naar geschiedenis en politiek herkennen. Zoals het door Claremont geschreven verhaal X-Tinction Agenda, waarin het (fictieve) eiland Genosha centraal staat, waar mutanten als slaven leven. Het verhaal, gepubliceerd begin jaren negentig, is een duidelijke allegorie van apartheid.

LES 3: HOE VERHOUDT DE FILM ZICH TOT DE STRIP?

De strip en film staan los van elkaar. Als een personage in de strip overlijdt, is die niet meteen dood in de film. Wel spelen de films (X-Men, X2, X-Men: The Last Stand, X-Men Origins: Wolverine en vanaf morgen dus X-Men: First Class) in dezelfde ‘continuïteit’. Een gebeurtenis in de ene film ‘bestaat’ dus ook in de andere. Het X-Men film-universum is daarmee wel een andere dan het strip-universum, waar er soms verschillende continuïteiten naast elkaar bestaan. Zo maken Iceman en Angel in de strip deel uit van het oorspronkelijke team, maar komen ze in X-Men: First Class niet voor. Dat kan ook niet, want zij zijn in de eerdere films tieners, terwijl de nieuwe film zich afspeelt tijdens de Cuba-crisis van 1962. Iceman en Angel zouden dan nog niet geboren zijn.

LES 4: KEN JE KLASSIEKERS

Okee, je bent overtuigd, en je wilt wel wat van de X-Men lezen. Hieronder enkele verhaallijnen. De losse nummers zijn in sommige stripspeciaalzaken nog wel te verkrijgen, maar het makkelijkste is om te vragen naar een tradepaperback (een herdrukbundel) of die via Bol.com, Amazon of een online stripwinkel te bestellen.

God Loves, Man Kills (1982) Chris Claremont en Brent Anderson Deze strip behandelt heel duidelijk het thema rassenhaat en bekritiseert vooroordelen van mensen.

Days of Future Past (1981) Chris Claremont en John Byrne  In een blik op een dystopische toekomst zien we dat het slecht kan aflopen met de mutanten: in die continuïteit zitten ze gevangen in kampen of zijn ze gedood.

Age of Apocalypse (1995) Hoe zou de wereld eruit zien zonder professor Charles Xavier? Die wereld is compleet anders dan de gewone X-Men-wereld. Zo zijn sommige goeieriken slecht en andersom.

Gepubliceerd in nrc.next op 1 juni 2011. Download het artikel als pdf.

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 796 andere volgers