Recensie vijf WikiLeaks-boeken

18 Feb

Lek, lekker, lekst

Als er in drie weken vijf boeken verschijnen over hetzelfde onderwerp, dan moet er iets aan de hand zijn. Uitgevers schatten blijkbaar in dat zelfs de schare WikiLeaks-fans nog steeds behoefte heeft aan het oude medium boek. Vier boeken beloven nóg meer inside story dan nu al online te vinden is. Voor wie meer analytisch inzicht wil is er een verzameling essays getiteld WikiLeaks und die Folgen. Echte onthullingen staan eigenlijk alleen in het boek van dissident Daniel Domscheit-Berg en zijn ghostwriter Tina Klopp, Inside WikiLeaks. Domscheit-Berg was onder de naam Daniel Schmitt ruim 2,5 jaar een belangrijke woordvoerder van WikiLeaks. Zijn belangrijkste bekentenis is dat hij en WikiLeaks-voorman Assange de veiligheid van de website en de grootte van de organisatie in de eerste jaren van de site expres hebben overdreven. Lange tijd bestond WikiLeaks slechts uit ‘een stel jongens […] met een extreem grote bek en een antieke server’. De technische infrastructuur van de site was ‘een lachertje’, aldus Domscheit-Berg.

Literair is Inside WikiLeaks helaas geen hoogstandje; Klopp had Domscheit-Berg hier en daar tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. Het verslag staat vol overbodige details die je alleen zou verwachten op een persoonlijk weblog of Facebookpagina. Waarom Domscheit-Berg het relevant acht dat hij ‘bij de biologische supermarkt op de hoek vlees, aardappelen en bloemkool’ kocht, ontgaat me.

De twee journalisten van Der Spiegel hebben goed door dat Assange ‘zowel intern als extern de indruk wekt dat de organisatie groter is’ dan zij in werkelijkheid is. Dat lukte omdat de medewerkers van WikiLeaks elkaar vooral in het begin nauwelijks in het echt ontmoetten en Assange diverse pseudoniemen gebruikte.

Het verspreiden van onjuiste informatie was een bewuste strategie, schrijft Domscheit-Berg. ‘Ik probeerde journalisten de technische achtergronden altijd zo ingewikkeld mogelijk uit te leggen.’ Die spin lijkt goed te hebben gewerkt: het WikiLeaks-boek dat journalisten van The Guardian schreven, noemt WikiLeaks ‘vrijwel onverwoestbaar’. Overigens is ook ondergetekende erin getrapt. Ik schreef in april vorig jaar dat de site ‘over ongeveer achthonderd tot duizend vrijwilligers’ beschikt. Dat was niet gelogen, aldus Domscheit-Berg, maar veel vrijwilligers zijn bijna nooit ingezet. Het optrekken van dit rookgordijn zorgt er voor dat de lezer het gevoel krijgt dat hij nu niets meer kan geloven. Hoewel Rosenbach en Stark de blufmethodes van Assange benoemen, weet je ook bij hun boek niet meer zeker wat er nog klopt.

Naast Der Spiegel hebben ook bij The New York Times en The Guardian journalisten in een rap tempo een WikiLeaks-boek geproduceerd. Deze drie gedrukte media werkten vorig jaar met WikiLeaks samen aan onthullingen over de oorlogen in Afghanistan en Irak en ze maakten de Amerikaanse diplomatenpost openbaar.

De korte productietijd van hun boeken blijkt uit de grote overlap in de gebruikte bronnen. De chatgesprekken tussen militair Bradley Manning en ex-hacker Adrian Lamo, de chat waarin Domscheit-Berg door Assange werd geschorst, Assange’s blog IQ.org, de e-mails uit de ontstaansperiode van WikiLeaks die door hen zelf zijn gelekt op de website Cryptome – het zijn bronnen die de afgelopen maanden overal al zijn opgedoken. En deze drie redactieboeken voegen daar weinig feiten aan toe. Staatsfeind WikiLeaks (Rosenbach en Stark) biedt al met al de beste reconstructie van de geschiedenis van de site en is bovendien mooi geschreven.

Strubbelingen
Het boek van The Guardian-journalisten David Leigh en Luke Harding, WikiLeaks: Inside Julian Assange’s War on Secrecy, concentreert zich vooral op het jaar 2010, waarin WikiLeaks doorbrak. Het bevat veel details over de manier waarop de Britse verslaggevers tot samenwerking kwamen met WikiLeaks en over de moeizame strubbelingen die uiteindelijk tot een breuk leidden.

Het e-book Open Secrets: WikiLeaks, War and American Diplomacy, van de redactie van The New York Times, gaat nauwelijks over WikiLeaks, maar is een bundel eerder verschenen artikelen over de internationale diplomatie en de oorlogen in Afghanistan en Irak op basis van de gelekte documenten. Toch is het in zijn genre een boeiend naslagwerk omdat de originele bronnen zijn toegevoegd. Daardoor komt deze publicatie dichtbij de ‘wetenschappelijke journalistiek’ waar Assange c.s. al langer voor pleiten.

Het was vier jaar geleden al het ideaal van WikiLeaks om internetgebruikers uit de hele wereld de uit te lekken documenten te laten bediscussiëren. De ‘wiki’ uit de naam komt voort uit Wikipedia, de online encyclopedie die door vrijwilligers is samengesteld. Hoewel het discussie-streven inmiddels is opgegeven, heeft de site qua uiterlijk nog aardig wat weg van een wiki. Dit om de indruk te wekken objectief te zijn, aldus internetkenner Jaron Lanier in WikiLeaks und die Folgen, een collectie essays.

Lanier, auteur van het techno-kritsiche boek You are not a Gadget (besproken in Boeken, 16.04.10), gaat in tegen de gedachte dat de hele wiki-gemeenschap gezamenlijk tot ‘één waarste waarheid’ kan komen. Maar een neutrale klokkenluiderssite, die Domscheit-Berg met OpenLeaks zegt te ontwikkelen, bestaat volgens Lanier niet. Inderdaad is ook WikiLeaks niet objectief in bijvoorbeeld de volgorde van zijn onthullingen. In de week dat Assange voor de rechter moest verschijnen inzake het uitleveringsverzoek van Zweden, publiceerde de site ‘een voorgeschiedenis van achterkamertjesdeals’ tussen Zweden en de VS. En hoewel het Tunesische volk de val van Ben Ali aan zichzelf, en zeker niet aan WikiLeaks heeft te danken, was het geen toeval dat WikiLeaks tijdens de protesten gelekte ambtsberichten uit Tunis online zette. Neutraal is WikiLeaks dus niet.

Sterker nog, de site laat een versleuteld bestand op internet circuleren met ‘echt gevaarlijke informatie’, te openbaren als Assange iets zou overkomen. WikiLeaks noemt het een verzekering, maar volgens Lanier is het ordinaire chantage. De houding past volgens de auteur van het technologiekritische boek You Are Not a Gadget in de cultuur van hackers en de cyberactivisten die websites van ‘vijanden’ van WikiLeaks platlegden. Doe wat ik wil of ik gebruik mijn internetvaardigheden om je te schaden.

De overtuiging van het eigen gelijk en het geloof dat in de strijd voor openheid alles is geoorloofd, neemt verontrustende vormen aan. Guardian-verslaggevers Leigh en Harding schrijven een harteloos citaat aan Assange toe; over Afghaanse informanten die mogelijk doelwit van Talibaanstrijders zouden kunnen worden door de gelekte documenten, zou Assange hebben gezegd: ‘Nou ja, het zijn informanten. […] Dus, als ze worden vermoord, dan is het hun eigen schuld. Ze verdienen het.’ Het zou zeer cynisch zijn als het citaat klopt. Het was juist Assange die de term collateral damage (‘bijkomende schade’) in diskrediet wilde brengen door de videobeelden van een Amerikaanse helikopteraanval waarbij Iraakse burgers werden gedood,Collateral Murder te noemen.

Mantra
Later heeft Assange zijn mening echter bijgesteld en wilde hij de documenten wél laten redigeren om namen van informanten te verwijderen (een beslissing die Domscheit-Berg tot zijn onvrede overigens van de Spiegel-journalisten moest horen). In een interview met de journalistieke leiding van Der Spiegel, herdrukt in WikiLeaks und die Folgen, wijst Georg Mascolo, een van de twee hoofdredacteuren, erop dat het niet alleen de vraag is hoe WikiLeaks de media verandert, maar hoe media WikiLeaks veranderen. In tegenstelling tot de oorspronkelijke mantra originele documenten te publiceren, nam WikiLeaks bij de publicatie van de diplomatenpost een journalistiekere houding aan door meer te redigeren. Ook had Assange toen al begrepen dat hij journalisten nodig had voor het onderzoeken van de grote hoeveelheden data, omdat lezers duiding willen en niet voor hun lol 250.000 documenten doorspitten.

Nieuwe media zullen de oude media nooit vervangen, schrijft ook docent digitale cultuur Felix Stalder in WikiLeaks und die Folgen. In plaats daarvan ‘worden de oude media aangevuld door nieuwe spelers, die de zwakheden van de mainstream media aan de orde stellen’.

Onmiskenbaar hebben nieuwe media de drempel voor klokkenluiders verlaagd. Deels komt dat volgens Stalder doordat werknemers tegenwoordig minder verbondenheid voelen met hun organisatie of bedrijf, deels doordat digitalisering het lekken van grote datasets gemakkelijker heeft gemaakt. Overheden en bedrijven zitten volgens Stalder in een spagaat; aan de ene kant moet informatie vrijelijk verspreid kunnen worden (om zoveel mogelijk winst te maken, om terrorisme te voorkomen), maar aan de andere kant moeten er restricties zijn die lekken voorkomen. Zoals Rosenbach en Stark ook schrijven: ‘Nog nooit was spionage zo eenvoudig als in het tijdperk van het internet.’ Maar liefst 2,5 miljoen mensen hadden vorig jaar toegang tot geheime Amerikaanse overheidsdocumenten. Het geeft te denken: met 2,5 miljoen potentiële Bradley Mannings is het nog een wonder dat er zo weinig wordt gelekt.

Lees op nrcboeken.nl of download de recensie als pdf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s