Controle speelt een steeds grotere rol bij internet

4 Jun

Niks vrij surfen

Pakistan blokkeerde vorige maand Facebook. China buigt zich al langer over censurering. Nu willen westerse landen ook blokkades van het internet.

De Great Chinese Firewall, zo wordt het omvangrijke stelsel van internetfilters in China vaak genoemd. Maar China is al lang niet meer het enige land dat probeert controle uit te oefenen en toezicht te houden op het internet. ‘Internetcensuur wordt een mondiale norm’, schrijven de auteurs van Access Controlled, een project van het OpenNetInitiative, een partnerschap van de universiteiten van Harvard en Toronto en de Canadese denktank SecDev.

Waren het aanvankelijk vooral autoritair geregeerde landen die gebruikmaakten van internetblokkades, nu is het lijstje van landen dat het web wil controleren uitgebreid met westerse democratieën als Australië. ‘Staten zijn niet langer bang een pariastatus te krijgen als ze openlijk verklaren dat ze cyberspace willen reguleren en controleren.’ De wens om grip te hebben op wat burgers via het web kunnen zien en doen, komt in het Westen vooral voort uit de behoefte om kinderporno, hate speech en militante moslimsites te bestrijden.

Acces Controlled is een vervolg op Access Denied, The Practice and Policy of Global Internet Filtering uit 2008 en bestaat opnieuw uit zes hoofdstukken van verschillende auteurs, aangevuld met landenprofielen met beschrijvingen van de situatie van de internetvrijheid.

Ronald Deibert en Rafal Rohozinski, beiden betrokken bij het ONI, onderscheiden inmiddels drie ‘generaties’ van controlemechanismen die regeringen gebruiken op het web. De eerste generatie is het bekende internetfilter, waarbij toegang tot digitale informatie wordt geweigerd. Soms is dat een blokkade van websites (bijvoorbeeld die van mensenrechtenorganisatie Amnesty International), soms een beperking van zoektermen. Een zoekopdracht naar onderwerpen die het regime onwelgevallig zijn (zoals in China ‘Falun Gong’ of ‘Tiananmen-plein’) leveren geen of ‘onschuldige’ resultaten op.

Met technische middelen zijn de klassieke internetfilters echter relatief gemakkelijk te omzeilen, dus zijn nieuwe, subtielere controlemethoden bedacht. Zo weten landen uit de voormalige Sovjet-Unie volgens de auteurs ‘een juridische omgeving’ te creëren waarmee de staat gemakkelijk digitale inhoud kan laten verwijderen, bijvoorbeeld door registratie te vereisen, lasterwetten uit te breiden of te beweren dat een nationale veiligheidscrisis een moratorium op bepaalde informatie verlangt. Ook zorgen de autoriteiten er vaak voor dat een blokkade lijkt op een technische fout. Bij deze generatie controlemiddelen horen ook cyberaanvallen waarbij websites overbelast worden. Minder subtiel is om het gehele internet af te sluiten, zoals in 2006 in Wit-Rusland gebeurde tijdens verkiezingsonrust.

De meest verfijnde techniek om de publieke opinie naar je hand te zetten is om met concurrerende informatie een onwelgevallig verhaal onderuit te halen. In China bijvoorbeeld krijgen leden van het ‘50-cent-leger’ een vergoeding als ze een bijdrage op een discussieforum plaatsen die positief is over de overheid. Ook wordt steeds vaker de verantwoordelijkheid bij de internetproviders gelegd. In Kazachstan bijvoorbeeld verbieden providers hun klanten om materiaal te verspreiden dat ‘niet in overeenstemming met de wet’ is.

Opmerkelijk is ondertussen dat een groeiend aantal westerse landen kiest voor de ‘ouderwetse’ filters. De Australische regering wil internetproviders bijvoorbeeld verplichten om websites te blokkeren die op een zwarte lijst staan. Kritiek als zou de regering zo de vrijheid van meningsuiting en informatie beknotten, pareert de regering met het argument dat de zij alleen illegale sites wil verbieden. Vooral bij het verbieden van kinderporno is een internetfilter een optie. Overigens hebben de auteurs helaas geen antwoord op de vraag waarom westerse landen juist nu kiezen voor een nationale internetfilter.

In ieder geval hebben staten een gezamenlijke internationale aanpak van kinderporno opgegeven, concludeert Nart Villeneuve, onderzoeker bij SecDev en Citizen Lab. Nationale overheden lijken te kiezen voor elk een eigen filter in plaats van het materiaal te verwijderen bij de bron. Het doel is niet langer om toegang tot kinderporno onmogelijk te maken, maar om ervoor te zorgen dat burgers niet toevallig op kinderporno stuiten. Het adagium ‘denk toch aan de kinderen’ blijkt niet langer over slachtoffers van kindermisbruik te gaan, maar over de bescherming van de tere zieltjes van nietsvermoedende kinderen achter de pc: eigen kind eerst.

Villeneuve wijst op het treurige feit dat slachtoffertjes van kinderporno machtige pleitbezorgers missen. In een kapitalistische wereld laten bedrijven zich nu eenmaal meer leiden door mogelijke juridische en economische gevolgen dan door mensenrechtelijke principes. En daarom krijgt de bestrijding van phishing (pogingen om bankgegevens te achterhalen) en inbreuk van auteursrechten prioriteit boven het verwijderen van sites met kinderporno. Daarnaast is de prikkel om kinderpornosites in het buitenland te laten verwijderen verminderd ‘omdat de eigen bevolking dankzij het filteren is ‘beschermd’.’

Ook als het gaat om andersoortige verzoeken om websites met vermeende illegale inhoud te verwijderen of gebruikers af te sluiten, is het voor een bedrijf makkelijker (en goedkoper) om aan het verzoek te voldoen dan om te onderzoeken of het verzoek wel gegrond is. Ethan Zuckerman, een van de oprichters van blogcommunity Global Voices Online, schrijft over een experiment dat de Nederlandse stichting Bits of Freedom (BoF) in 2004 uitvoerde. BoF plaatste bij tien providers een tekst van Multatuli, waarvan het auteursrecht al jaren was vervallen. Vanaf een nep-hotmailadres stuurde de stichting namens de rechthebbenden een klacht met het verzoek de teksten te verwijderen. Zeven van tien providers deden dat zonder vragen te stellen.

Peter Teffer

Ronald Deibert, Colin Maclay e.a.: Access Controlled. The Shaping of Power, Rights, and Rule in Cyberspace. MIT Press, 656 blz. € 43,- of 23,- (pbk). Het boek is ook online te lezen op access-controlled.net

Gepubliceerd op 4 juni 2010 in de bijlage Boeken van NRC Handelsblad en op nrcboeken.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s