Interview met Nicholas Carr

7 Mrt

Alleen met je gedachten is niet erg

Nicholas Carr weet hoe moeilijk het is om het gebruik van internet te minderen. Hij schreef een boek over de negatieve effecten van internet op de hersenen.

Rotterdam, 7 maart. De Amerikaanse auteur Nicholas Carr was vorige week in Nederland vanwege de vertaling van zijn boek The Shallows, what the internet is doing to our brains – in de Nederlandse versie vertaald als Het ondiepe. Hoe onze hersenen omgaan met het internet. In dat boek beargumenteert hij dat de vele afleidingen die internet biedt, ons vermogen om diep na te denken aantast. Door constant te worden afgeleid door nieuwe berichten van Twitter en Facebook, te klikken op links en verdwaald te raken in het web, beginnen de hersenen te wennen aan oppervlakkigheid. Hij wijst onder meer op onderzoek dat concludeert dat door de manier waarop internet is opgebouwd mensen teksten minder lezen en meer scannen.

Misschien zijn we straks beter in het scannen van artikelen en informatie opzoeken op internet, en minder goed in wat u noemt ‘diep lezen’.Waarom is dat erg?

„Het soort aandachtige denken dat tot uiting komt door diep lezen is voor mij de meest verfijnde manier van denken. Natuurlijk is het een belangrijke vaardigheid dat we ook teksten vluchtig kunnen doornemen en scannen. Maar als dat het enige is wat we nog doen, als we het vermogen om ons te concentreren kwijtraken, verliezen we de fundering voor een intellectueel leven.

„Er zijn aanwijzingen dat de verwarde manier van denken die gepaard gaat met internet het vermogen om zelf na te denken in de weg staat. Verdiept zijn in een enkele gedachtegang heeft iets dat je lijkt te bevrijden van traditionele inzichten. Die manier van denken ligt ten grondslag aan veel culturele en sociale doorbraken, of dat nu in de wetenschap, kunst of politiek is.”

Als de ontwikkelingen zich voortzetten, hoe zal de intellectuele wereld er dan uit zien in bijvoorbeeld 2070, wanneer het grootste gedeelte van de wereldbevolking geboren zal zijn in het internettijdperk?

„Ik denk dat ons ideaal van wat een rijk intellectueel leven is dramatisch zal zijn veranderd. De nadruk zal liggen op een zeer utilitair gebruik van het verstand: het oplossen van goed gedefinieerde problemen, het vinden van informatie. Dingen waar computers en het internet goed in zijn. Beschouwend, meditatief denken zonder specifiek doel zal nog wel bestaan, maar naar de periferie van de samenleving zijn geschoven. Misschien dat nog maar een kleine groep mensen, zoals vroeger monniken, zich daarmee bezighoudt.”

Maar zullen we rouwig zijn over het verlies van het ‘bedachtzame denken’?

„Als er iets is dat de geschiedenis van technologieën ons vertelt, dan is het dat we onze heel gemakkelijk aanpassen. Technologie herdefinieert constant hoe we onze levens beoordelen. Oude methodes worden als overbodig gezien, omdat we ze overbodig hebben gemaakt. Niet alles dat we hebben weggegooid, verdiende dat ook. Omdat we ook zoveel positieve gevolgen van het weggooien hebben, verliezen we uit het oog wat we kwijt zijn geraakt.”

Denkt u dat de mensheid in 2070 op uw zorgen terugkijkt op dezelfde manier waarop we nu terugkijken op Socrates, met zijn zorgen over het alfabet?

„Ik wil mezelf zeker niet in dezelfde categorie plaatsen als Socrates. Maar inderdaad, uiteindelijk zeggen we tegen elkaar: ‘ach, wat hadden ze het toch mis. Wat waren die mensen in het verleden die diep lezen zo belangrijk vonden toch onnozel.’ En Socrates’ wantrouwen tegenover het schrift komt ons nu zo dwaas over, dat het gemakkelijk is te verwerpen. Maar hij had op sommige punten vrijwel zeker gelijk. Bepaalde capaciteiten, bijvoorbeeld geheugenvaardigheden, móéten verloren zijn gegaan toen we van een mondelinge naar een schriftelijke cultuur gingen.”

Dat Carr zich zorgen maakt over het internet, heeft te maken met de constante druk die afleidende prikkels op het kortetermijngeheugen leggen. Die hinderen de vorming van langetermijnherinneringen, die volgens Carr weer van belang zijn voor iemands intelligentie. Hij adviseert mensen om momenten in de dag in te lassen waarop je niet bent verbonden met het net. „Maar zelfs nu ik dit zeg, besef ik ook dat dat gemakkelijk is om te zeggen, maar niet om te doen. Het internet is namelijk vervlochten met allerlei aspecten van de samenleving en door het mobiele internet is het altijd bij je.”

Als al je vrienden op het sociale netwerk Facebook zitten, is het moeilijk om daar niet aan mee te doen. Voor veel mensen is het sociale netwerk de primaire bronnen om bijvoorbeeld feestjes aan te kondigen. „Dat verhoogt de druk om ook lid te worden. Want niemand wil een feestje missen.” Sterker nog, als iedereen constant verbonden is, worden mensen die daar niet aan mee willen doen raar aangekeken. „Mensen kunnen zich dan niet meer voorstellen waarom iemand geen Facebook-lid is. Iemand die niet de hele tijd gezellig meedoet? Daar moet wel iets mis mee zijn.”

Volgens Carr is het niet alleen een kwestie van persoonlijke verantwoordelijkheid. Ook maatschappelijke instituten zoals scholen zouden offline ruimtes en momenten moeten creeëren. „Het is belangrijk dat scholen en bibliotheken mensen onderwijzen over nieuwe media – die technologie gaat niet weg. Maar scholen moeten ook een toevluchtsoord bieden en kinderen leren dat het niet erg is om af en toe alleen te zijn met je gedachten.”

Ziet u hoop voor beschouwend denken met de opkomst van e-readers en tablets als de iPad?

„De eerste versie van de iPad was niet zo goed in multitasking – je kon niet meerdere programma’s tegelijk gebruiken. Dat vond ik positief. Maar dat zal niet lang duren. Nu al heeft Apple het besturingssysteem gewijzigd waardoor multitasking gemakkelijker wordt. Producenten van gadgets beconcurreren elkaar door nieuwe functies toe te voegen. Elk apparaat dat op het internet is aangesloten, zal je afleiden. Dat is wat het internet doet.

„Ik hoop maar dat mensen, mede door mijn boek, iets kritischer nadenken over de technologie die ze gebruiken. Er zijn wel aanwijzingen dat sommige mensen graag af willen van de toeters en bellen. Programmaatjes als Freedom en Anti-Social zorgen ervoor dat je een bepaalde tijd niet kunt internetten of inloggen op Facebook. Het is wel een beetje droevig dat we software nodig hebben om ons te helpen bij ons concentratieprobleem. De vraag is, groeit dit uit tot een beweging die zegt: we willen minder afleidingen? Ik heb mijn bedenkingen.”

Gepubliceerd op 7 maart 2011 in nrc.next. Een iets kortere versie verscheen die dag in NRC Handelsblad: download dat artikel als pdf.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s