Internet & dagelijks leven, NRC Handelsblad, Reportage

Kinderen die na internet werden geboren over online leven

Op MSN maak je sneller vrienden en sneller ruzie

Scholieren zijn gewend om voor de computer te leven en vier dingen tegelijk te doen. Vrienden maken doen ze makkelijker via chat-diensten omdat ze daarop minder verlegen zijn dan op het schoolplein.

Dit artikel als pdf downloaden

Zwolle, 7 dec. In de studieruimte van de Zwolse middelbare school Greijdanus zit vwo-leerling Ruben aan tafel te kletsen met leeftijdgenoten. Voor het boek in zijn handen heeft hij even geen aandacht. Maar thuis is Ruben (16) een multi-tasker: op een groot beeldscherm kijkt hij gedownloade films terwijl hij met vrienden chat via het programma Messenger van MSN. Daarnaast houdt hij contact via website Hyves en praat hij met een headset via Skype met vrienden terwijl ze samen de game Call of Duty spelen.

Toen Ruben werd geboren, bestond het wereldwijde web al. De ‘voor-internetse’ situatie waarin mensen niet gemakkelijk en continu met elkaar verbonden waren, kent hij niet. Wat betekent dat voor de manier waarop hij en zijn generatiegenoten zich gedragen en tegen communicatie aankijken?

Doorgaan met lezen “Kinderen die na internet werden geboren over online leven”

Internet & dagelijks leven, Interview, NRC Handelsblad

Interview met Google-criticus Siva Vaidhyanathan

‘We zijn niet allemaal exhibitionisten’

Amerikaanse Google-criticus Siva Vaidhyanathan hekelt privacyregels van internetdiensten

Google en Facebook moeten hun privacybeleid snel verbeteren, vindt mediaprofessor Siva Vaidhyanathan. De regels zijn nog ondoorzichtig.

Amsterdam, 30 okt. Siva Vaidhyanathan heeft zich nooit aangemeld voor Farmville, de populaire virtuele boerderij van sociaal netwerk Facebook. Toch kent Farmville Vaidhyanathan. „Dat spelletje weet van alles van me, alleen omdat mijn zus het speelt..”

Drie van de tien populairste Facebook-apps spelen ongevraagd gegevens door, werd onlangs bekend. Dat illustreert volgens de Amerikaanse cultuurhistoricus Vaidhyanathan dat Facebook het begrip privacy niet begrijpt. Net als meer internetbedrijven, vertelt Vaidhyanathan. Hij was deze maand in Nederland om een lezing te geven over privacy en zijn nog te publiceren boek, The Googlization of Everything.

Doorgaan met lezen “Interview met Google-criticus Siva Vaidhyanathan”

Achtergrond, Internet & dagelijks leven, Internet & politiek, NRC Handelsblad

Facebook en Google zetten standaard op internet

Bij gebrek aan supranationale autoriteit bepaalt Silicon Valley nu de grenzen van online privacy

Internetbedrijven bepalen wat privacy op internet betekent. Zoveel mogelijk openheid is voor hen ook commercieel interessant. Niet overal is eroderende privacy zonder risico.

Rotterdam, 22 juli. Twee twitteraars zijn deze maand opgepakt in Venezuela omdat ze „valse geruchten” zouden hebben verspreid waarmee ze „het nationale bankensysteem wilden destabiliseren”. Volgens persbureau AFP vond de politie de twee door de mobiele telefoon te traceren waar vanaf de tweets zouden zijn verstuurd. Negen tot elf jaar celstraf hangt hen boven het hoofd.

Internetbedrijven propageren openheid en stimuleren gebruikers om hun persoonlijke gegevens te delen, maar niet overal is dat zonder risico. „In Silicon Valley werken welgestelde lui die niets te verliezen hebben bij meer openbaarheid over hun leven”, zegt Evgeny Morozov, blogger en onderzoeker in de VS, telefonisch vanuit zijn geboorteland Wit-Rusland. Veel belangrijke internetbedrijven, zoals Google, Facebook en Yahoo, zetelen in die Californische regio. Samen bepalen zij wat privacy op het net betekent. „Hun referentiekader is Silicon Valley, niet Teheran, Peking of Kairo”, aldus Morozov, die een boek schrijft over internet in landen met autoritaire regimes. „Tienduizend gekke mensen” die alles over hun leven met iedereen willen delen leggen zo hun normen op aan de rest van de wereld.

Doorgaan met lezen “Facebook en Google zetten standaard op internet”

Internet & politiek, Nieuws, NRC Handelsblad

Senatoren bezorgd over privacy Facebook

Washington, 28 april. Vier Amerikaanse senatoren hebben internetbedrijf Facebook gisteren gevraagd om een recente wijziging van privacyinstellingen te herzien. De politici schrijven in een brief aan Facebook-topman Mark Zuckerberg dat ze bezorgd zijn dat de privacy van gebruikers van de sociale-netwerksite in het geding is.

Vorige week kondigde Facebook aan dat bepaalde gebruikersgegevens – zoals woonplaats, interesses en vrienden – voortaan standaard openbaar is. De vier senatoren, allen Democraten, maken hier bezwaar tegen. „Deze persoonlijke details moeten privé blijven tenzij een gebruiker anderszins besluit”, schrijven ze. Gebruikers kunnen de informatie nog wel beschermen, maar middels handelingen die volgens een van de senatoren, Charles Schumer, „ingewikkeld en verwarrend” zijn.

De politici maken er ook bezwaar tegen dat adverteerders sinds vorige week via Facebook verkregen gebruikersinformatie langer dan 24 uur mogen opslaan. Informatie over de ongeveer 400 miljoen Facebook-gebruikers kan adverteerders helpen om gerichter reclame te maken.

Facebook-topman Ellio Schrage schrijft in een reactie dat gebruikers van de site volledige controle hebben over welke informatie openbaar is.

Schumer heeft mededingingsautoriteit FTC gevraagd om duidelijke richtlijnen op te stellen voor het gebruik van persoonlijke gegevens. Facebook kwam eind vorig jaar al in opspraak door een wijziging in privacy-instellingen.

Senator Franken, een van de andere ondertekenaars, kreeg op zijn Facebook-pagina lof én kritiek. „Hiermee verliest u mijn stem voor uw herverkiezing. Als mensen hun informatie niet op het web willen hebben, moeten ze hun Facebook-account sluiten. Niemand dwingt ze om lid te zijn”, aldus een van de reacties. (Reuters)

Gepubliceerd op 28 april 2010 in NRC Handelsblad.

Achtergrond, Internet & economie, nrc.next

Cyberdieven stelen steeds vernuftiger, zegt internetbedrijf Cisco

Een internetcrimineel kan met relatief weinig technische kennis tussen 3.500 en 7.000 euro per week verdienen. Dat blijkt uit een dinsdag verschenen verslag van Cisco.

Rotterdam. Een vriend op Facebook voegt een bericht toe met een interessant ogende link. Je klikt erop, want je vertrouwt hem. Helaas is niet je Facebook-vriend, maar een internetcrimineel verantwoordelijk voor het bericht. De link leidt naar een website die een programmaatje op je computer installeert. Dat stuurt je bankgegevens en creditcardnummers door naar de cybercrimineel.

Gebruikers van sociale netwerksites als Facebook en Twitter zijn niet meer veilig voor phishing, een vorm van internetfraude waarbij slachtoffers naar sites worden gelokt die persoonlijke gegevens stelen. Cybercriminelen gaan daarbij steeds vernuftiger te werk, blijkt uit een deze week gepubliceerd rapport van Cisco, een Amerikaanse fabrikant van netwerkapparatuur.

Doorgaan met lezen “Cyberdieven stelen steeds vernuftiger, zegt internetbedrijf Cisco”

Achtergrond, Internet & politiek, NRC Handelsblad, nrc.next

Zes tips om online campagne te voeren voor het Europees Parlement

Voer de strijd om Europa à la Obama

Rotterdam, 9 april. Als Barack Obama het kan, waarom Hans van Baalen dan niet, of Dennis de Jong? De Amerikaanse president heeft in zijn verkiezingscampagne vorig jaar veel nieuwe kiezers weten te bereiken via internet. Sommige bloggers, zoals Ariana Huffington van het invloedrijke linkse weblog The Huffington Post, zeggen zelfs dat Obama president is geworden dankzij zijn gelikte onlinecampagne. Het is opgevallen, ook in Europa. Microblogsite Twitter kreeg er de afgelopen weken flink wat kandidaat-Europarlementariërs bij en YouTube wordt gevuld met partijfilmpjes. In juni zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement, traditioneel een stembusgang die niet veel belangstelling krijgt. Wat kunnen kandidaat-Europarlementariërs leren van Obama om ‘Europa’ aantrekkelijker te maken?

Zorg dat je overal aanwezig bent

Het aantal sociale netwerksites (zie inzet Web 2.0) is de laatste jaren flink gegroeid. De nu immens populaire sites YouTube (video), Twitter (berichten van maximaal 140 tekens) en Hyves (contact met vrienden onderhouden via berichten en foto’s) bestonden niet eens bij de vorige Europese verkiezingen, vijf jaar geleden. Facebook en MySpace stonden nog in de kinderschoenen. Naast de algemene netwerksites zijn er ook varianten met een specifieke doelgroep: netwerksites voor Afro-Amerikanen, jazzliefhebbers, hockeyfans, noem maar op. Volgens An de Jonghe, blogger en auteur van het boek Social Networks Around The World, begreep Obama dat zijn boodschap moest klinken op elk van die sites, omdat die allemaal een andere doelgroep aanspreken.

Herman Beekers, webmaster van de SP, merkt dat de laatste tijd websites als iGoogle en Netvibes in opmars zijn. Op die sites kan de gebruiker zijn eigen startpagina indelen met kleine programmaatjes – zogeheten widgets – die bijvoorbeeld het weer voorspellen of het laatste nieuws tonen. „Naarmate zoiets meer aanslaat, moeten wij met onze boodschap ook op die sites komen”, zegt Beekers. Zo heeft de SP op Hyves een widget met nieuwsberichten over de partij. Andere Hyvers zetten die widget op hun eigen pagina en vervolgens worden de SP-standpunten gratis verspreid.

Gebruik het web om vrijwilligers te werven

Obama’s campagne maakte niet alleen slim gebruik van internet om mensen te informeren, maar vooral om vrijwilligers aan zich te binden. Het kwam voor dat zijn officiële campagneteam aankwam in een staat waar vrijwilligers al weken op eigen houtje bezig waren met activiteiten.

Volgens de campagneleider van GroenLinks, Jaap de Bruijn, is het werven en binden van vrijwilligers het belangrijkste onderdeel van de internetstrategie van zijn partij. „Je kunt zeggen over een politicus: die heeft maar duizend ‘volgers’ op Twitter, die bereikt dus niet veel mensen. Maar het effect is veel groter, omdat die volgers de berichten doorpubliceren. Het werkt als een sneeuwbal.” Het bijzondere van die bottom-up-activiteiten is precies het onvoorspelbare eraan: ze laten zich niet organiseren. Als partij kun je alleen het gereedschap beschikbaar stellen waar mensen zelf een minicampagne mee kunnen voeren, zoals die widgets.

Wees niet bang de controle te verliezen

Web 2.0 bestaat per definitie uit inhoud gemaakt door ‘de man op straat’ en is wars van hiërarchie. Als allerlei vrijwilligers hun eigen minicampagne gaan voeren, kan dat ertoe leiden dat een politicus de controle verliest. Volgens de Belgische blogger De Jonghe is dat een van de redenen waarom in haar land politici nog weinig gebruikmaken van sociale netwerksites. „Ik denk dat veel politici redeneren: mijn mening houd ik eenrichtingsverkeer, dan beheers ik mijn imago.”

GroenLinkser De Bruijn relativeert de angst voor een wildgroei aan bloggers die uit de pas lopen. „In het echte leven heb je dat ook. Een GroenLinks-lid kan op een verjaardag heel goed een andere mening verkondigen dan het partijstandpunt.”

Gebruik video – het is gratis zendtijd

Een video die op internet wordt bekeken is waardevoller dan een reclamespot die op televisie voorbijkomt, omdat in het eerste geval de kijker ervoor gaat zitten – zijn vrienden hebben immers gezegd dat het de moeite waard is. Het voordeel van videowebsite YouTube is dat een filmpje gemakkelijk in een ander weblog op te nemen is (‘embedden’) en – als het goed genoeg is – zich gratis over internet verspreidt.

D66 heeft sinds oktober vorig jaar een kanaal op YouTube. Lijsttrekker Sophie in ’t Veld: „Je kunt de tekst van mijn speeches op het D66-congres wel op een website zetten, maar dat leest geen kip, behalve mijn moeder. Maar die filmpjes, dat is visueel en dus veel toegankelijker.”

Een andere manier om video te gebruiken is door een zogeheten viral te starten, een fenomeen dat vooral in de marketing wordt gebruikt. Mensen worden via e-mail uitgenodigd om op een website de video te bekijken. Meestal wordt het filmpje gepersonaliseerd, zodat de naam van de geadresseerde (ingevuld door de afzender) er onderdeel van uitmaakt. De SP maakt al enkele jaren gebruik van deze techniek, waarbij op het einde van een filmpje de geadresseerde persoonlijk wordt aangesproken om de partij te steunen.

Richt je op de inhoud en houd het lokaal

Wat niet gemakkelijk te kopiëren is door Europese verkiezingscampagnes, is de persoonlijkheidscultus rondom Obama. Partijen sturen in de regel niet hun sprankelendste kandidaat naar Brussel. De ‘charismafactor’ ontbreekt, zegt Ruth Spencer, een Canadese journalist die bij het European Journalism Center in Maastricht verantwoordelijk is voor een groot Europees weblogproject. „Als je geen opzwepende lijsttrekker hebt, richt je dan op de issues. En houd het lokaal. Laat zien dat onderwerpen in het Europees Parlement effect hebben in je achtertuin.”

Ook An de Jonghe benadrukt het belang van thema’s. „Voor de meeste burgers is Europa een ver-van-mijn-bedshow. Je moet je op een aantal thema’s concentreren, zoals landbouw of subsidies. Begin te bloggen over die thema’s, zodat mensen die via zoekmachines naar dat thema zoeken, op je blog terechtkomen.” Ook kan een blog onbekende kandidaten bekendheid geven. „Je stemt nog altijd op mensen. Kiezers willen zich identificeren met personen.”

Je kunt niet alles oplossen met web 2.0

Een goede internetcampagne is geen garantie voor electoraal succes. Ook het Amerikaanse Congreslid Ron Paul, die de Republikeinse presidentskandidaat wilde worden, maakte veelvuldig gebruik van netwerksites. Toch hadden de Republikeinen meer vertrouwen in John McCain. De Jonghe relativeert: „Web 2.0 is niet het antwoord om snel en zonder moeite gekozen te worden.”

D66-lijsttrekker In ’t Veld is op diverse netwerksites te vinden. Ze blogt op haar eigen site, en die stukjes worden door medewerkers doorgeplaatst op Hyves en Facebook. Sinds kort maakt ze gebruik van Twitter. „Het is wel aardig, maar je moet oppassen dat het niet al te oppervlakkig wordt. Je moet je niet blind staren op de techniek. Het heet nieuwe media, het is een middel. Uiteindelijk moet het toch ergens over gaan.”

Van een aantal partijen is op internet nog weinig te vinden over de Europese verkiezingen. De PVV heeft geen kandidaten op Hyves en op Twitter is het tevergeefs zoeken naar VVD-lijsttrekker Hans van Baalen. Dat komt wel, zegt VVD-campagnemanager Boudewijn Revis. „De VVD zal eind april een flinke sprong maken. Volgens mij zijn mensen nu nog helemaal niet bezig met de verkiezingen.”

Web 2.0

Obama’s campagneteam maakte op internet vooral gebruik van sociale netwerksites, oftewel web 2.0. Dit zijn websites waarvan de inhoud vooral wordt aangeleverd door de gebruikers. Voorbeelden zijn Facebook, YouTube, MySpace en Twitter. Het internet bestaat uit tal van kleine clubjes. Obama probeerde elk van die groepjes aan te spreken. De drie hoofddoelen van de internetcampagne waren:

  • de politieke boodschap verspreiden
  • vrijwilligers werven en organiseren
  • financiële donaties werven

Gepubliceerd op 9 april 2009 in nrc.next en NRC Handelsblad.